Op 1 juni 2017 heeft de staatssecretaris van Financiën gepubliceerd dat de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) is verlengd tot in elk geval 1 juli 2018. Als reden voor de opschorting van de handhaving geeft de staatssecretaris aan dat het van een nieuw kabinet afhankelijk is, welke keuzes met betrekking tot de Wet DBA worden gemaakt. Bedrijven moeten daarna ook nog eens genoeg tijd hebben om op de aangepaste wetgeving te anticiperen.

Concreet gevolg
zzp’ers en opdrachtgevers krijgen dus nog langer de tijd om zich aan te passen aan de Wet DBA.

Dit betekent dat de Belastingdienst tot in ieder geval 1 juli 2018 geen naheffingen, boetes of correctieverplichtingen voor de loonheffingen zal opleggen als achteraf wordt geconstateerd dat toch sprake is van een dienstbetrekking tussen zzp’er en opdrachtgever. Alleen als er overduidelijk sprake is van kwade bedoelingen (opzet) kunnen boetes worden opgelegd.

Kwaadwillend ben je niet, indien onduidelijkheid bestaat of wellicht sprake is van een dienstbetrekking. Van kwade opzet is bijvoorbeeld wel sprake in geval van opzet, fraude of zwendel met ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting tot gevolg. Uiteraard is ook sprake van kwade opzet als het risico aanwezig is dat zzp’ers worden uitgebuit.

De staatssecretaris geeft aan dat opdrachtgevers en opdrachtnemers met de bestaande modelovereenkomsten kunnen blijven werken. Hij geeft aan dat het in afwachting van nieuwe regelgeving, niet nodig is om nieuwe modelovereenkomsten voor te leggen, maar uiteraard blijft dit wel mogelijk.

Joost adviseert ondernemers die naast hun onderneming als zzp’er actief zijn, gebruik te maken van deze modelovereenkomsten.