Op 1 april 2005 werd het voorstel tot Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de aanpak van constructies met betrekking tot (on)roerende zaken bij de Tweede Kamer ingediend. Omdat er inmiddels jurisprudentie is waarmee constructies in de btw kunnen worden aangepakt met het leerstuk ‘misbruik van recht’, kwam het wetsvoorstel in de ijskast terecht.

Eerder deze maand heeft de staatssecretaris meegedeeld dat het wetsvoorstel kan vervallen. Tegelijkertijd heeft hij aangekondigd een onderdeel van het wetsvoorstel wel in te willen voeren per 1 januari 2018. Dit betreft de zogenaamde herzieningsregeling bij kostbare diensten.

Roerende en onroerende zaken worden vanaf het jaar van ingebruikname nog vier respectievelijk negen jaar gevolgd voor de btw. Wijzigt in die periode de verhouding tussen belast en vrijgesteld gebruik van de betreffende zaak, dan wordt de in het jaar van levering in aftrek gebrachte btw herzien. Bij meer belast gebruik wordt aanvullend btw terugontvangen en bij minder btw-belast gebruik moet ontvangen btw worden terugbetaald.

De huidige herzieningsregeling geldt uitsluitend voor levering van (on)roerende zaken. Bij diensten geldt de regeling niet, ook niet als het om grote bedragen gaat. Hieronder valt bijvoorbeeld een kostbare verbouwing aan een bedrijfspand. Als de verbouwing niet heeft geleid tot wat de Hoge Raad ‘in wezen nieuwbouw’ noemt, geldt de herzieningsregeling niet. Bij een grootscheepse verbouwing van een pand dat voor belastbare handelingen wordt gebruikt, kan alle btw worden teruggevraagd. Wijzigt het gebruik van het pand binnen enkele jaren naar vrijgesteld (bijvoorbeeld door verhuur van het pand aan een medische instelling), dan hoeft geen btw te worden terugbetaald.

In de voorgestelde regeling wordt de herzieningsregeling ook van toepassing op kostbare diensten. Dat zijn diensten waarop voor de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting kan worden afgeschreven. In dat geval moet de btw op de hiervoor genoemde verbouwing vanaf het jaar waarin het belast gebruik wijzigt in vrijgesteld gebruik, worden terugbetaald aan de Belastingdienst voor zover de herzieningsperiode van negen jaar nog niet verstreken is.

Zoals het voorstel er nu uitziet, komt er geen overgangsregeling. Dat kan betekenen dat in die situaties waar na een verbouwing de herzieningsperiode nog niet is verstreken, de btw nog niet definitief verdiend is. Wijziging in gebruik kan dan nog tot een terugbetalingsverplichting leiden. Je zou verwachten dat 12 jaar uitstel wel tot afstel zal leiden. De praktijk is anders.

Voor meer informatie kun je contact opnemen met de btw-specialisten van Joost!